Stap 1: De stemstelt de microfoon af (het basistarief)
Wanneer een stemacteur zoals Larissa de studio binnenstapt, begint het werk bij de basis. Ze schuift aan voor de microfoon, schenkt een glas water in en neemt het script door. Het basistarief dekt deze fysieke inspanning en de studio-tijd.
Het maakt niet uit of een tekst dient voor een korte interne bedrijfsvideo of voor een e-learning van een half uur: de stemacteur moet opwarmen, de juiste toon zoeken en de tekst foutloos inlezen. Bij niet-commercieel werk, zoals een interne instructievideo of een luisterboek, blijft het daar meestal bij. Je betaalt voor het geleverde werk op basis van het aantal woorden of de duur van het project.
Stap 2: Waar reist de opname naartoe? (de buy-out)
Het echte verschil in de kosten ontstaat bij het gebruiksrecht, ook wel de buy-out genoemd. Zoom je in op de factuur, dan is dit de post die het verschil maakt tussen een paar tientallen of een paar honderd euro.
Je kunt het vergelijken met het huren van een evenementenzaal. Het maken van de reservesleutel en het schoonmaken van de zaal kost elke keer evenveel (het basistarief). Maar of je die zaal vervolgens gebruikt voor een verjaardag met tien vrienden of voor een meerdaags internationaal congres, bepaalt de uiteindelijke huurprijs.
Bij een voice-over werkt dat net zo:
- Bereik: Is de spot te horen op een lokale radiozender of op nationale TV?
- Looptijd: Blijft de commercial één maand online staan of een heel jaar?
- Kanaal: Gebruik je de audio voor een organische post op sociale media of voor een betaalde advertentiecampagne?
Hoe groter het publiek dat de stem zal horen, hoe hoger de vergoeding voor de rechten van de stemacteur.
In de studio merken we dat dit licentiemodel direct invloed heeft op hoe een opname verloopt. Een stemacteur leest een tekst anders voor wanneer die bestemd is voor een intieme podcast dan voor een drukke radiocommercial.